Wat improvisatietheater je leert over je innerlijke jury, mindset en aanhaken

Dit najaar en deze winter gaf ik samen met Maaike van Kentalis Werkpad de training Durf te Doen: acht bijeenkomsten improvisatietheater, speciaal ontwikkeld om deelnemers te helpen met dingen die in het dagelijks leven best lastig kunnen zijn. Denk aan keuzes durven maken, omgaan met spanning, en jezelf laten zien. Hier enkele inzichten.

Improvisatietheater is meer dan een kunstvorm. In de training Durf te Doen gebruikten we improvisatie als oefenvorm voor vaardigheden die je overal kunt toepassen: op je werk, thuis, in een gesprek met een onbekende. Drie thema’s kwamen steeds weer terug. Ik deel ze hier, niet alleen omdat ze de kern van de training vormden, maar omdat ze ook voor jou, lezer, iets kunnen betekenen.

De jury op je schouder

Veel mensen hebben een innerlijke jury: een stem die meekijkt en beoordeelt wat je doet of zegt. Die jury is soms te streng. Hij fluistert dingen als “dat klinkt dom” of “dat had je beter kunnen doen” — nog voordat je goed en wel uitgesproken bent.

Bij improviseren train je die jury om milder te worden. Niet door hem het zwijgen op te leggen, maar door te ervaren dat er niet zoiets bestaat als een “foute” (re)actie. Iets gaat hooguit anders dan je had verwacht. Tijdens de training zagen we dat letterlijk gebeuren: bij elke fout in een oefening klonk er applaus van de groep. Een paar bijeenkomsten later merkten deelnemers zelf op dat de jury “minder luid” aanwezig was. Er ontstond meer ruimte om gewoon te zeggen wat er opkwam, zonder dat eerst uitgebreid te controleren en overdenken.

Interessant detail: meerdere mensen gaven aan dat het van binnen vaak veel chaotischer aanvoelde dan het er van buiten uitzag. Wat voor jou een wankel moment is, ziet een ander vaak als rustig en zelfverzekerd. Je innerlijke beleving is bijna altijd kritischer dan de werkelijkheid.

Wat je hiermee kunt: de volgende keer dat die jury hard van zich laat horen — in een vergadering, een sollicitatiegesprek, een lastig telefoontje — vraag je dan af: zou ik even mild en geduldig zijn? En zo niet, waarom dan wel naar mezelf?

Groeimindset versus vaste mindset: allebei hebben hun nut

In de training stonden we stil bij het werk van psycholoog Carol Dweck over vaste en groeimindset. Het verschil zit in één simpele gedachte.

Bij een vaste mindset denk je: “Zo ben ik nu eenmaal.” Eigenschappen liggen vast, je hebt iets of je hebt het niet. Een fout voelt dan als bewijs dat je iets niet kunt, en dat zorgt voor vermijdgedrag: liever niet beginnen dan het risico lopen om te falen.

Bij een groeimindset denk je: “Ik kan dit nog leren.” Een fout is dan geen oordeel over wie je bent, maar informatie: wat werkt, wat werkt niet. Dat geeft meer ruimte om dingen te proberen, ook als ze niet meteen lukken.

Het belangrijkste inzicht uit de training was misschien wel dit: een mindset is geen eigenschap, het is gedrag. Je bent niet je vaste mindset, je zét hem soms op — net als een pet. En je kunt hem ook weer afzetten en een andere opzetten.

Dat klinkt mooi, maar het is goed om eerlijk te zijn over de voor- en nadelen van beide:

VoordeelNadeel
Vaste mindsetGeeft veiligheid, overzicht en rust. Fijn als je al gespannen bent of weinig energie hebt. Je blijft in je comfortzone en kunt opladen.Je vermijdt sneller nieuwe of onduidelijke situaties, en een fout voelt zwaarder dan nodig.
GroeimindsetJe durft te proberen, blijft nieuwsgierig, en ervaart op de lange termijn meer rust bij onzekerheid omdat je lichaam gewend raakt aan spanning.Het is niet vanzelf makkelijk of comfortabel. Het kost herhaling en oefening, en spanning verdwijnt niet meteen.

Geen van beide is “beter.” Het gaat erom dat je weet welke pet je op hebt, en dat je bewust kunt kiezen wanneer je hem wilt verwisselen.

Aanhaken: de kracht van “ja, en…”

Het derde thema is misschien wel het meest creatieve: aanhaken. Aanhaken betekent dat je je verbindt met wat een ander zegt of doet, zonder het meteen te corrigeren, af te wijzen of te willen overnemen.

In improvisatie gebruiken we daarvoor het principe “ja, en…”:

  • “Ja” — je accepteert wat er is.
  • “En” — je voegt er iets aan toe.

Dat betekent niet dat je het overal mee eens moet zijn. Het betekent dat je luistert, in het moment blijft, en verder bouwt op wat er al ligt. Tijdens de training oefenden we dit in allerlei vormen: door samen een beeld te maken zonder vooraf overleg, door op elkaars woorden te associëren, door een interview te spelen waarin de gast alles wat de interviewer zegt accepteert en erop doorbouwt.

Wat opvalt: aanhaken werkt averechts zodra je gaat zoeken naar het “juiste” antwoord. Zodra je stopt met overdenken en simpelweg reageert op wat er al is, ontstaat er rust én verbinding. Dat is precies waarom dit principe zo bruikbaar is buiten de oefenruimte. In een gesprek met een collega, een lastige discussie thuis, of zelfs een onderhandeling: aanhaken bij wat de ander inbrengt, in plaats van meteen te sturen of te corrigeren, zorgt voor meer ontspanning — en vaak ook voor betere uitkomsten.

Wat improvisatie je uiteindelijk leert

Improvisatie is geen vaardigheid die je in één les onder de knie hebt. Het is een manier om allerlei soft skills te trainen: luisteren, flexibiliteit, samenwerken, omgaan met onzekerheid. Wat ik in deze training opnieuw zag bevestigd: hoe meer je gaat nadenken, hoe groter de kans dat het misgaat. En hoe meer je gewoon blijft doen — spelen, proberen, aanhaken — hoe makkelijker het wordt.

Je hoeft niet te improviseren om hier iets aan te hebben. De jury die wat milder wordt, de mindset die je bewust kunt kiezen, het aanhaken in plaats van corrigeren: het zijn drie kleine verschuivingen die in elk gesprek, op elk moment, het verschil kunnen maken.


Benieuwd of een training als Durf te Doen ook iets voor jouw team, organisatie of groep kan betekenen? Neem gerust contact met me op via info@brammartens.nl, of meld je aan voor de nieuwsbrief voor meer verhalen uit de praktijk.